Annemie Bonneux
Haar Leven
Pag 1

Het levenspad dat we bewandelen, wordt niet louter bepaald door de keuzes en de beslissingen die we nemen. "Onderweg" brengt het toeval ons soms met bepaalde mensen en ervaringen in kon-takt, die een belangrijke rol kunnen spelen in de richting die we inslaan. Zo was de 17-jarige Annemie oorspronkelijk van zinnens om archeologie te gaan studeren en hieroglyfen te gaan decrypte-ren. Haar gevoel voor taal en haar zin voor avontuur konden daar een gezamelijk domein vinden om zich in uit te leven. Maar het bezoek aan het ouderlijk huis van een sinoloog, bracht haar op "andere ideëen": die Chinese karakters leken haar nog interessan-ter, en de Chinese kultuur nog exotieser, dan de Egyptiese. Indien er anno 1975 geen piepkleine afdeling Oosterse Fylogogie aan het RUG had bestaan, dan was ze nooit in Gent beland, en hadden we elkaar nooit in mijn thuisstad leren kennen.

Veel les had ze nog niet in de kandidaturen, zodat Annemie op kot in Gent het merendeel van haar tijd door bracht met haar twee lie-velingsbezigheden: boeken lezen, en mensen leren kennen en met hen gesprekken voeren. Met de thesis in de licenties werd het evenwel "menens", maar werd ze meteen ook met haar neus op haar "tekorten" gedrukt: ze kende te weinig van de Chinese taal, om met goed gevolg een tekst te kunnen vertalen en begrijpen. Voor een perfektioniste als zij was dit een frustrerende konstata-tie. De wetenschappelijke manier waarop de thesis diende te wor-den aangepakt en te worden gerubriceerd, was een andere doorn in haar oog. Ze was dermate ontmoedigd, dat ze eraan dacht de brui te geven aan haar studies, en voor de rest gewoon te leven, en met mij samen de dingen te doen die ze graag deed. De steun van haar mentor professor Willemen sleepte haar over deze eerste drempel door. Maar toen ze het laatste studiejaar in de gaten kreeg dat ze slechts "een gewone onderscheiding" zou krijgen, wou ze opnieuw opgeven. Ik heb echt op haar moeten inpraten om haar ertoe te overwegen haar thesis in te geven, zoals die (maar) was, en aan haar examens deel te nemen met wat ze (slechts) had kun-nen studeren.

Het einde van haar studies viel samen met het einde van mijn café; dat hadden we zo geregeld. Het begin van iets nieuws voor ons beiden; de verhuis naar het platteland ook. En maand lang had ik in een zone van 25 kilometer rond Gent, elke dag een wan-deltocht van soms 40 kilometers per dag ondernomen, op zoek naar een geschikte en betaalbare woonplaats met een stuk land eraan. Uiteindelijk vond ik een hoevetje in Assenede. Het was klein, en het moest serieus opgeknapt worden, maar de huurprijs bedroeg slechts 1200 frank en er was een flink stuk land aan. De bedoeling was dat ik ons voedsel zou telen, en dat Annemie zou zorgen voor de rest dat we zouden nodig hebben. Met haar dop-geld was dat krap, maar te doen: we waren toen eigenlijk arm, maar we voelden ons zo niet; we rooiden het, zoals zovele anderen in ons geval, met wat we hadden.

In mijn visie hadden we bereikt, waarvan we al 3 jaar hadden van gedroomd: een "simple life" in een bucoliese sfeer en met de na-tuur; een stek om in onze basisbehoeften te kunnen voorzien, en om te kunnen doen, wat we wilden doen. Voor mij was dat: sprookjes en kinderverhalen schrijven. En voor Annemie was dat: teksten vertalen. Althans, dat dacht ik toch; maar Annemie "dacht " daar blijkbaar anders over.

Niet zozeer dat Annemie dat wou bespreken, maar ze stelde het als een noodzaak voor: de dop was te weinig om goed van te kunnen leven, dus was het noodzakelijk dat ze werk zou zoeken. Ik ervaar-de dat als "een bocht van 180": terug naar de stad over en weer crossen; de drukte, de stress, het gedoe. Weg de rustige dynamiek van op het land leven en elkaar kunnen zien wanneer we dat wil-den. Ze vond werk bij Theater Poëzien, een vereniging die gedich-tenvoordrachten en theatervoorstellingen voor scholen organi-seerde; Annemie deed daar dan het sekretariaat, de reclame en soms de promotie. Het was een job met veel afwisseling en "be-weging"; ze leerde erdoor veel nieuwe mensen kennen, en eigen aan Annemie dook zij daar dan diep in.
Dit zorgde voor heel wat frikties tussen ons. Ik herinner mij leven-dig een gesprek, dat het eerste in een lange analoge reeks zou wor-den: "Maar Annemie, waarom wil je zoveel tijd aan die mensen spenderen? Het is je werk en het is goed dat je goed met hen over-eenkomt, akkoord. Maar als je later zult terugkijken op deze perio-de in je leven, dan zul je merken dat het slechts een passage was, en dat deze mensen geen echt belangrijke rol in je leven hebben gespeeld."
Het was een moeilijke evenwichtsoefening: omdat Annemie zich steeds zo impulsief "wierp" in de dingen en mensen waar ze op het moment mee in interaktie was, moest ik haar als het ware voort-durend naar mij en haar plaats in de hoeve "terugtrekken". Ze was er graag, maar het was niet voldoende voor haar. En daar was ik niet op voorzien.